Putt oefeningen voor beginners

De 3 beste puttingoefeningen voor beginners
Beginners krijgen putadvies vaak in losse flarden: hoofd stil, schouders laten schommelen, versnellen, doorzwaaien. Het gevolg is dat je boven een putt van een meter staat met zes instructies in je hoofd. Maak het simpeler en train drie vaardigheden in deze volgorde: de bal starten op je lijn, de afstand beheersen en een vaste routine volgen wanneer het telt.

Wat heb je nodig?
Je hebt een putter, één bal, vier tees of muntjes en een handdoek nodig. Vijftien minuten is genoeg, vijf per oefening. Kies een vlak stuk green en een houding die je kunt herhalen. Een perfecte grip of oogpositie is niet nodig, want de oefeningen laten zien wat de bal doet.

Oefening 1: het startpoortje
Doel: weten of je putterface de bal op de bedoelde lijn stuurt.
Zoek een rechte putt van ongeveer een meter en leg twee muntjes circa dertig centimeter voor de bal, net breder dan de bal. Speel tien putts. Een poging telt als de bal door het poortje rolt, ook als hij naast de hole blijft liggen. Zo scheid je startlijn van uitkomst. Gaat de bal steeds aan dezelfde kant langs, controleer dan eerst de stand van de face voordat je je slag aanpast. Maak het poortje pas smaller bij zeven uit tien.

Oefening 2: de finishzone
Doel: je slaglengte aanpassen zonder je ritme te veranderen.
Putt vanaf ongeveer 3, 6 en 9 meter op dezelfde lijn en leg zo’n zestig centimeter achter de hole een tee of de rand van je handdoek. Speel de reeks drie keer (negen putts). Je scoort een punt als de bal de cup bereikt of in de zone erachter stopt. Te kort of voorbij de markering levert niets op. Doordat de afstanden steeds wisselen, kun je de vorige slag niet kopiëren. Vijf uit negen is een goed begin.

Oefening 3: één bal rond de klok
Doel: startlijn, snelheid en routine combineren onder lichte druk.
Leg vier tees op ongeveer een meter van de hole, op 12, 3, 6 en 9 uur. Lees de putt, zet de face, kijk één keer naar het doel en putt. Of de bal nu valt of niet, je gaat door naar het volgende station. Maak drie rondjes (twaalf putts) en probeer acht keer te holen. Niet terugharken en opnieuw proberen: één bal dwingt je te resetten, zoals op de baan.

Zo doe je de oefeningen
Beginnen missers steeds aan dezelfde kant, ga dan terug naar oefening 1. Starten ze goed maar eindigen ze te kort of te lang, dan is oefening 2 aan de beurt. Noteer je scores in je telefoon en pas steeds maar één variabele tegelijk aan.

Origineel artikel lees je op MyGolfSpy.com.

Deel deze blog
Join the discussion